Jurering en gedichten van Willem R.

Bloemenmozaïek

De wintervorst kan streng zijn en vergramd.
Hij scheert de aarde kaal met woeste baard.
Maar als de voorjaarsjonkvrouw weer ontvlamt,
Schiet vrij gewas groen op in elke gaard.

Bloemkwekers plaatsen tekens in de tuin.
De komst der lente is hun heel wat waard.
Zij krabben de stofnesten uit droog kruin
En schrijven met noest nagels kleurenkaart.

Een bloemenmozaïek is hersengymnastiek,
Handvaardig echter ook een staaltje van techniek.
Men ploetert dag en nacht aan roosters rap bedacht. 

Bijeengeschraapt publiek, wees zuinig met kritiek!
Want naast de schare kelken vol verbeeldingskracht
Is hier de zoete tros van werklust aan de macht.

Willem R.*

De tulp

De tulp, vooral verbloemd geroemd,
Is naar de Turkse tulband vernoemd.
In duizend en één nacht nooit vermeld,
Op Perzisch tapijt toch het eerst geteld. 

Hier in Holland worden bollen gepeld.
Men draait de wortels van een allochtoon.
Men doet niet moeilijk, het is heel gewoon.
Het levert op. Soms blaren, soms geld.

In arme tijden moest de tulp gegeten.
Waarbij de maaltijd vaak weg werd gesmeten.
In rijke tijden bood men een vermogen
Om zich aan de rokken te kunnen zogen.

Dat is niet zo vreemd als het lijkt.
Wie voor het gewas eenmaal bezwijkt,
Geeft toe dat al het geld in de grond
Nooit zo zal groeien als de tulp, bolrond.

Willem R.*